SL-Taal Groep 7 oefenen

2026 · Groep 7 Basisschool · Taal

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Alle bijwoorden

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

Wat zijn de bijwoorden in de volgende zinnen? 

a. Morgen vlieg ik naar Portugal.
b. Als je verderop rechtsaf slaat kom je uit bij het bos.
c. Waarom zou ik naar jou luisteren? 

 

Uitwerkingen

a. Morgen vlieg ik naar Portugal.
Morgen is een bijwoord van tijd. 

b. Als je daar rechtsaf slaat kom je uit bij het bos.
Daar en rechtsaf zijn bijwoorden van plaats. 

c. Waarom zou ik naar jou luisteren?
Waarom is een vragend bijwoord. 

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

Wat zijn bijwoorden en hoe herken je deze in een zin?

Methode

Een bijwoord is een woord dat meer informatie geeft over het woord waar het bij hoort, vandaar de naam bijwoord. Bijwoorden zeggen bijna altijd iets over:

1 - een ander werkwoord: ik loop hard (hard geeft meer informatie over het werkwoord lopen)
2 - een ander bijwoord: ik loop ontzettend snel (ontzettend zegt iets over het bijwoord snel, dat iets zegt over het werkwoord lopen)
3 - een bijvoeglijk naamwoord: de super knappe jongen loopt snel (super zegt iets over het bijvoeglijk naamwoord knappe, knappe is een bijvoeglijk naamwoord om dat het iets zegt over het zelfstandig naamwoord jongen)
4 - een plaats of tijd: daar moet je naartoe gaan (daar zegt iets over de plaats waar je naartoe moet gaan)

Let op: verwar het bijwoord dus niet met het bijvoeglijk naamwoord. Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord (een knappe jongen), een bijwoord niet (ik loop ontzettend snel door).

 

Er bestaan veel bijwoorden en verschillende soorten bijwoorden, waaronder:

- bijwoorden van graad: enorm, nogal, zeer, ontzettend, ...
- bijwoorden van plaats: hier, daar, nergens, daarginds, ...
- bijwoorden van tijd: gisteren, nu, soms, later, ...
- aanwijzende bijwoorden: hier, daar, ...
- onbepaalde bijwoorden: altijd, nooit, ergens, nergens, ...
- vragende bijwoorden: waarom, waarheen, wanneer, hoe, ...
- voegwoordelijke bijwoorden: dus, echter, bovendien, ...
- voornaamwoordelijke bijwoorden: erbij, daardoor, hiermee, waarnaar, ....
- voorzetselbijwoorden: aan, in, bij, achter, ... (alleen als het geen voorzetsel is!)

 

Onthoud: vaak is het zo dat als je nog een woord over hebt in een zin waarvan je niet weet wat het is, dat het een bijwoord is. Dit kan je nog helpen als je er een keer echt niet uitkomt.

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden